Copernicus meldt opstart zomer tweeduizend zesentwintig met extreme temperaturen in de West-Europese regio. De gemiddelde temperatuur in juni en juli samen was eenentwintig komma tweeënzestig graden, een nieuw record.

Zowel Frankrijk, België, Spanje, Duitsland als het Verenigd Koninkrijk leden onder droogte en natuurbranden.

De bodem bevatte opvallend minder vocht dan vorig jaar door de aanhoudende hittegolven. Juni twee duizend zesentwintig was de warmste junimaand ooit gemeten, gevolgd door een hete juli.

Rivieren voerden weinig water aan, drinkwater, landbouw, natuur en energieproductie stonden zwaar onder druk. Volgens Copernicus zijn klimaatverandering en broeikasgassen de hoofdoorzaak van deze uitzonderlijke weersomstandigheden.