Volgens Sciensano stierven er in tweeduizend tweeëntwintig ongeveer negenduizend zevenhonderd mensen door luchtvervuiling. Dat is ongeveer negen procent van alle overlijdens in het land gedurende dat jaar.
De meerderheid van deze overlijdens kwamen door fijn stof, met vijfduizend achthonderdelf gevallen.
Azotendioxide veroorzaakte tweeduizend negenhonderdvijftig overlijdens, terwijl ozon negenhonderd vier slachtoffers maakte. Andere grote risicofactoren zijn tabaksgebruik, hoge body mass index en overmatig alcoholgebruik.
De meeste overlijdens treffen vooral mensen ouder dan vijfenzestig, en vooral mannen tussen vijfenveertig en vijfentachtig. Brussel en Wallonië worden zwaarder getroffen dan Vlaanderen, en verkeerslawaai blijft een belangrijk probleem.
