Duitsland plant vanaf tweeduizend achtentwintig een grondige hervorming van het pensioenstelsel. Werknemers én werkgevers storten dan elk één procent van het loon extra in het pensioenfonds.
Dit percentage stijgt geleidelijk tot tweeduizend eenendertig, met als doel een grotere kapitaalreserve opbouwen.
Langs deze weg wil men op termijn de pensioenen verhogen en het systeem aanpassen. De klassieke aanpassing van de pensioenen volgens de 'duurzaamheidsfactor' wordt gedeeltelijk afgeschaft.
Pensioenen worden naargelang het jaar van pensionering in drie verschillende categorieën ingedeeld. Zowel de precieze wetgeving als details zouden tegen het najaar van tweeduizend zesentwintig vastliggen.
