In tweeduizend zesentwintig trof een uitzonderlijke hittegolf en droogte vele Duitse regio's. Op sommige plaatsen in Baden-Württemberg, Hessen, Rheinland-Pfalz en de Mainfrankenregio viel bijna geen regen.
Maïsboeren zien hun opbrengsten met vijftig tot tachtig procent dalen, aan inkomsten verliezen ze dertig tot veertig procent.
Volgens de Duitse weerdienst viel er gemiddeld veertig liter regen, minder dan de helft van voorgaande jaren. Boeren maken zich extra zorgen over mais, suikerbieten en aardappelen door de aanhoudende droogte.
Niet enkel de landbouw, maar ook de binnenvaart op de rivieren lijdt onder lage waterstanden. Wetenschappers zoeken naar diepwortelende gewassen, want gewone irrigatie is vaak te duur en onvoldoende.
