Duitsland heeft op het einde van tweeduizend vijfentwintig nog maar drieëntachtig komma vijf miljoen inwoners. Volgens de cijfers betekent dit een daling van honderdtien duizend mensen tegenover vorig jaar.

Voor het eerst sinds tweeduizend elf is er opnieuw een bevolkingsafname, afgezien van het pandemiejaar.

Het verschil tussen overlijdens en geboorten is toegenomen, met driehonderdtweeënvijftig duizend meer overlijdens dan geboorten. Ook de netto migratie zakte: van vierhonderddertigduizend naar tweehonderdvijfendertigduizend in één jaar.

Behalve in Berlijn, Hamburg en Bremen daalde of stagneerde het inwonersaantal in alle regio’s. Het aantal ouderen nam vooral toe bij zestig- tot negenenzeventigjarigen, terwijl tachtigplussers minder werden.