Volgens het jongste rapport zijn de budgettaire gevolgen van veroudering groter dan eerder gedacht. Door de vergrijzing stijgen sociale uitgaven, vooral voor pensioenen en gezondheidszorg, gestaag verder.

Uit het rapport blijkt dat sociale uitgaven in tweeduizend vijfentwintig neerkomt op vijfentwintig komma zeven procent van het bbp.

Tegen tweeduizend vijftig zal dit oplopen tot zevenentwintig komma twee procent en die trend houdt aan tot tweeduizend zeventig. Vooral gezondheidszorg stijgt sterk, pensioenuitgaven nemen langzamer toe dankzij hervormingen van de federale regering.

Die hervormingen dempen de stijging, maar zorgen wel voor een geleidelijke daling van het pensioeninkomen tegenover werkenden. Tussen tweeduizend vijfentwintig en tweeduizend zeventig komt de stijging overeen met anderhalve procentpunt van het bbp.