In de eerste helft van tweeduizend zesentwintig steeg duurzame energie naar een historisch hoogtepunt. Uit cijfers blijkt dat bijna zes op tien geproduceerde kilowatturen van wind, zon en biogas kwamen.

Elektriciteit uit windenergie groeide met meer dan twaalf procent, waardoor het de belangrijkste energiebron blijft.

De daling van steenkoolgebruik zorgde ervoor dat deze bron op de tweede plaats terechtkwam. Uit de statistieken blijkt dat zonne-energie nu bijna achttien procent van de markt uitmaakt.

Elektriciteitsproductie steeg met vier en een half procent, terwijl de invoer van stroom fors verminderde. Tegen tweeduizend achtendertig wil Duitsland fossiele brandstoffen geleidelijk vervangen door duurzame en gascentrales.