Het landbouwjaar tweeduizend zesentwintig verliep bijzonder lastig voor de Duitse boeren. Volgens de Statistische Dienst zijn er amper eenenzeventigduizend driehonderd ton aardbeien geoogst.
Dat is ruim elf procent minder dan het jaar voordien, en zo'n lage opbrengst zagen we sinds negentienvijfennegentig niet meer.
Door de korte aardbeienseizoen en sterke vraag is Duitsland nu afhankelijker van invoer geworden. Ook aspergetelers voelden het, want hun productie daalde tot honderdduizend driehonderd ton, het minimum sinds tweeduizend tien.
Daling in opbrengst wordt veroorzaakt door duurdere energie, stijgende lonen en ongunstig weer. Aardbeien en asperges zijn duurder geworden, terwijl consumenten moeite hebben om betaalbare producten te vinden.
