Volgens het KNMI was de zomer van tweeduizend zesentwintig de warmste sinds negentienhonderd één. De gemiddelde temperatuur lag op negentien komma drie graden, ver boven het langjarige gemiddelde van zeventien komma vijf.
Tussen half juni en midden augustus lagen de temperaturen bijna altijd ruim boven de normale waarden.
Tijdens een hittegolf in juni werd in Ell op zesentwintig juni negenendertig komma vier graden gemeten. Nooit eerder werd in Nederland omwille van hitte een rood alarm gegeven; dat gebeurde dit jaar wel.
De Bilt telde éénentachtig warme dagen, zevenendertig zomerdagen en elf tropische dagen, flink meer dan normaal. Met amper honderdvijfentachtig millimeter regen was het ook uitzonderlijk droog; vooral in het zuidwesten bleef het haast droog.
