In de zomer van tweeduizend zesentwintig zuchten Duitsers onder uitzonderlijk hoge temperaturen. Volgens het Robert Koch Instituut bedroeg het geschatte aantal hittegerelateerde overlijdens negenduizend achthonderd.
Aan het einde van juni werden recordwaarden tot eenenveertig graden en weekgemiddelden boven zesentwintig graden gemeten.
Vooral ouderen en mensen met chronische ziektes kregen het hard te verduren onder deze omstandigheden. Niet alle overlijdens duiken rechtstreeks in de statistieken op, zo blijkt uit schattingen op basis van temperatuurstijgingen.
De meeste sterfgevallen worden indirect gekoppeld aan hartproblemen, longziekten of nieraandoeningen die verergeren door hitte. Ambulanciers en zorgverleners kregen het ook zwaar, want vele ziekenhuizen konden kamers zonder airco nauwelijks koelen.
