In het jaar tweeduizend vijfentwintig kwam zesentwintig komma twee procent van de Europese energie uit hernieuwbare bronnen. Volgens Eurostat lag dat een jaar eerder nog op vijfentwintig komma twee procent in de Europese Unie.
De doelstelling voor het jaar tweeduizend dertig in Europa is een aandeel van tweeënveertig komma vijf procent.
Hernieuwbare energie omvat onder meer waterkracht, wind, zon en biomassa. Zweden voert de ranglijst aan met vijfenzestig komma vier procent aandeel hernieuwbare energie.
België staat helemaal onderaan met amper veertien komma negen procent aan hernieuwbare energie. Bij de elektriciteitsconsumptie presteerde België iets beter, met bijna een derde uit hernieuwbare bronnen.
